Een collectieve schrijversretraite waar schrijvers uit en in de Arabische wereld samenkomen die in hun verschillende moedertaal schrijven: Arabisch, Engels en Frans.
De Arabische wereld bestaat uit verschillende, levendige literaire kringen waarvan de schrijvers, afhankelijk van de taal waarin ze schrijven, een verschillend publiek aanspreken; deze doelgroepen overlappen elkaar zelden. Deze meertalige realiteit bepaalt de verhalen van de regio, en deze schrijvers en kringen staan vaak los van elkaar, aangezien er nauwelijks sprake is van vertalingen, publicaties of ontmoetingen die hen bij elkaar brengen. In een poging te begrijpen welke verhalen zij gezamenlijk vertellen, willen we deze kringen samenbrengen in een gedeelde ruimte waar ze voor en met elkaar kunnen spreken.
Arabics is een bijeenkomst van schrijvers die zijn uitgenodigd om samen te komen en deel te nemen aan schrijf-, lees- en vertaalsessies, waarbij begrippen als ‘schrijver’ en ‘Arabier’ worden bekeken vanuit een verscheidenheid aan materiële omstandigheden, landen, mobiliteitsvormen, uitgeefpraktijken, uitsluitingen en kansen die om nauwkeurige aandacht en reflectie vragen. Deze retraite biedt tijd en ruimte aan diverse schrijvers uit de hedendaagse literatuur van de Arabische wereld om samen te werken, werkprocessen, interesses en twijfels te delen, en bovenal om elkaar te ontmoeten, zonder dat ze voor een publiek hoeven op te treden.
De proefeditie van de retraite vond plaats op 29 en 30 oktober 2021 in de locatie van Mophradat in Athene, met deelname van Dalia Taha, Farah Barqawi, Fatin Abbas, Hashem Hashem, Marwa Helal, Nariman Youssef, Omar Robert Hamilton, Sahar Mandour, Wadiaa Ferzly, en Karim Kattan en Yasmine Haj van het team. Er werd ingegaan op vier hoofdvragen: Hoe vinden we onze verhalen? Zitten we gevangen in taal? Waar gaan verhalen naartoe? En voor wie schrijven we? De sessies vonden plaats in de namiddag en tot in de avond, en de dagen werden afgewisseld met een uur lang voorlezen door de deelnemers.
De retraite begon met een sessie getiteld „Hoe vinden we onze verhalen?“, gemodereerd door Karim Kattan, programma-medewerker bij Mophradat, met Sahar Mandour en Farah Barqawi als respondenten. Daarin werden de volgende vragen gesteld:Welke verbeeldingswerelden verken je? Hoe herken je een verhaal temidden van alle ruis om ons heen? Waar zoek je naar verhalen? Wat is je werkwijze, hoe geef je vorm aan je verhaal? Begin je bij het begin, bij het einde of ergens anders?
Karim begon met het delen van zijn persoonlijke vragen over zijn voornaamste schrijftaal, het Frans, en het publiek en de ontvangst daarvan, en hoe dat zijn keuze van verhalen beïnvloedt. In Frankrijk moet hij vaak reageren op het feit dat hij uitsluitend in het hokje ‘Palestijn’ wordt gestopt, terwijl hij daarentegen het gevoel had dat schrijven in het Engels ruimte biedt voor een breder en minder specifiek te omschrijven publiek, wat bredere schrijfmogelijkheden en genres oplevert. Sahar, die in het Arabisch schrijft, sprak ook over de manier waarop ze haar romans begint en ontwikkelt en hoe deze gericht zijn op een publiek uit de Arabische wereld. Hoewel ze nog steeds inspiratie put uit contexten en details uit het echte leven, vertelde ze dat ze voor haar vijfde roman momenteel andere schrijfvormen verkent, maar ditmaal zonder de gebruikelijke herkenningspunten. Niets scheidt haar personages en hun verzonnen tijden en ruimtes, behalve een vage ruimte die bedoeld is om de opbouw van angst, malaise en fantasie in willekeurige levens beter te vatten. Zich tevens bewust van de context van haar werk, waarvan de queer-inhoud mogelijk botst met maatschappelijke normen, legde ze uit dat ze haar schrijven uitnodigend wil laten zijn in plaats van vijandig. Farah, die non-fictie schrijft, voornamelijk in het Arabisch maar recentelijk ook in het Engels, besprak non-fictie als een manier om het leven te vertellen. Ze vertelde dat, hoewel haar optredens en verhalen grotendeels autobiografisch zijn, ze vaak als fictie worden beschouwd. Dit roept de vraag op hoe performance en compromisloze vertelkunst een afstand kunnen creëren waardoor het publiek zichzelf geruststelt door vaak aan te nemen dat de tekst fictief is. Ze benadrukte het belang van stem, geluid en ritme voor haar, als instrumenten die ze bewust inzet als onderdeel van haar vertelmethodiek.
Een volgende sessie met de titel “Zitten we gevangen in taal?” werd geleid door Omar Robert Hamilton, met Yasmine Haj, redactiecoördinator bij Mophradat, als respondent. Daarin werden de volgende vragen gesteld:Wat maakt je schrijftaal mogelijk dat je andere gesproken taal of talen misschien niet mogelijk maken? Is taal voor jou een medium of een context? Wanneer werkt taal voor jou beperkend en wanneer juist bevrijdend? Wat vind je ongemakkelijk aan de taal waarin je schrijft?
Omar, die in het Engels schrijft, sprak over haar ervaringen met het schrijven over politieke thema’s vanuit Egypte, zowel in fictie als in non-fictie, de beperkingen die onderdrukking oplegt aan taal en gedachte, de grenzen van de weergave bij het aanspreken van een internationaal publiek en de relatieve voor- en nadelen van filmmaken ten opzichte van proza. Yasmine, die zowel in het Engels als het Arabisch schrijft en vertaalt, en ook vanuit het Frans vertaalt, besprak hoe haar wereldbeeld verschuift naargelang de talen die ze afwisselt, wat zowel bevrijdend als remmend werkt. Ze beschreef hoe typefouten een manier kunnen zijn om woorden – die doorgaans gebukt gaan onder de geschiedenis van de taal waarin ze voorkomen – om te zetten in kleine momenten van vermaak en bevrijding.
De eerste sessie van de volgende dag, getiteld „Waar gaan verhalen naartoe?“, werd geleid door Reem Shilleh, programmacoördinator bij Mophradat, met Nariman Youssef en Hashem Hashem als panelleden. Daarin werden de volgende vragen gesteld:Hoe wil je dat jouw verhaal mensen bereikt? Heb je een rol, of zou je graag een rol willen spelen, bij het bepalen van de taal en de invalshoeken waarmee je boek wordt gepresenteerd? Welke risico’s loop je door te publiceren? Is er een werk dat je graag zou willen vertalen? Waarom, en voor wie?
Reem nam de rol van moderator over van Dalia Taha (die vanwege reisproblemen niet aanwezig kon zijn) en ging dieper in op de praktijk van het vertalen in relatie tot filmondertiteling en (her)verspreiding aan de hand van het werk van Subversive Film, een collectief waarvan zij lid is. Nariman las een artikel voor dat zij samen met Gitanjali Patel had geschreven en dat was gepubliceerd in Asymptote, dat is gebaseerd op citaten van vertalers over hun ervaringen met stereotypering en marginalisering. Het artikel bespreekt hoe literaire vertaling verweven kan zijn met koloniale praktijken en stelt dat inspanningen op het gebied van „diversiteit“ hun doel missen wanneer men dit probeert aan te pakken. In de daaropvolgende discussie legde Nariman uit dat het weliswaar veelbelovend is dat het aanbod aan vertaalde werken groeit, maar dat er nog een lange weg te gaan is als het gaat om creativiteit en het nemen van risico’s bij de keuzes die uitgevers maken. Hashem deelde zijn gedachten over de richting die verhalen opgaan vanuit het perspectief van hun inhoud en met name de eindes van verhalen. Bij het bestuderen van teksten met queer personages viel het hem op dat het voor hen nooit goed afliep: ze stierven meestal of verdwenen uit het verhaal, wat hem ertoe aanzette op zoek te gaan naar andere queer-eindes. Daarnaast sprak Hashem over de teksten die hij eerder schreef vanuit het perspectief van een queer vrouw, en de teksten die hij nu schrijft als transmasculiene persoon, en hoe de ontvangst daarvan anders aanvoelt en welke rol dat speelt in zijn schrijfproces en keuzes.
De afsluitende sessie, getiteld „Voor wie schrijven we?”, werd geleid door Fatin Abbas, met Wadiaa Ferzly en Marwa Helal als respondenten. Daarin werden de volgende vragen gesteld:Tot wie richt je je? Tot wie lukt het je niet je te richten? Tot wie wil je je niet richten? Wie schrijft er volgens jou voor jou? Waar zou je je willen voorstellen dat je boeken in omloop zijn? In hoeverre zijn we door taal gebonden aan een specifieke culturele context? Wanneer is schrijven vanuit de regio in een andere taal dan het Arabisch verhalend, en wanneer is het bemiddeling?
Fatin, die in het Engels schrijft, onderzocht de complexiteit van de Arabische taal in Soedan als een taal met een koloniale geschiedenis in Afrikaanse landen. Ze besprak de vraag wie als authentiek genoeg wordt beschouwd om een bepaalde context te vertegenwoordigen, vooral wanneer iemands moedertaal of huidige woonplaats niet die van zijn of haar geboorteland is. Wadiaa, die toneelstukken en artikelen in het Arabisch schrijft, stelde vragen over hoe je een publiek en onderwerpen kunt vinden buiten de Arabische wereld en binnen de Europese diaspora. Ze vroeg zich af of men zich zou moeten laten gebruiken als een gepolitiseerd onderwerp, misschien zelfs geëxotiseerd, in ruil voor bekendheid in het buitenland? Of is het beter om je eigen, authentieke stem te behouden, maar dan helemaal niet gepubliceerd te worden? Tot slot reageerde Marwa, die in het Engels schrijft, op de vraag ‘Voor wie schrijven we?’ door een essay voor te lezen dat ze tijdens de retraite had geschreven en waarin ze inging op de politiek van taal en het belang van het eren van onze taalkundige wortels.
Na de officiële afsluiting van de retraite zorgden de vragen die tijdens de sessies aan de orde waren gekomen voor levendige discussies onder de deelnemers, die tot diep in de nacht voortduurden.
Arabics 2021 werd gerealiseerd in samenwerking met de Allianz Kulturstiftung en met aanvullende steun van de Heinrich-Böll-Stiftung e.V.